Aandoeningen die gepaard gaan met bloedverlies

Ethiologie
Een anemie die ontstaat door het in korte tijd verliezen van een grote hoeveelheid bloed resulteert in shockverschijnselen (snelle ademhaling en pols, koude extremiteiten, bleke slijmvliezen en een verlengde capillaire vullingstijd). Shock is een aanpassing van het lichaam aan het verlies aan circulerend volume. Een redistributie van de bloedstroom zorgt ervoor dat de belangrijkste organen zo optimaal als nog mogelijk is van bloed (zuurstof) worden voorzien. De behandeling van shock bestaat uit het herstel van het circulerend volume met elektrolytenoplossingen of plasmavervangende vloeistoffen, wat resulteert in een toename van de orgaanperfusie. Als minder dan een derde van het totale bloedvolume verloren gaat, heeft dit doorgaans geen ernstige consequenties. In die gevallen is de fysiologische aanpassing aan de hypovolemie en de redistributie van de preferentiële flow een verhoogde vochtretentie in de nieren, die wordt bewerkstelligd door een verhoogde natriumretentie. Het effect van vochtretentie is een tijdelijke daling van de Ht en het plasma-eiwitgehalte. Bij een voortdurend beperkt bloedverlies kan de patiënt het volumeverlies beter compenseren dan het verlies van bloedcellen.

Acuut bloedverlies is vaak al duidelijk in de anamnese. Denk aan trauma, epistaxis (bloedneus), melaena (zwarte ontlasting) en haematemesis (bloedbraken). Doorgaans zijn dat bloedingen in de borst- of buikholte of bloedingen in grote spieren ten gevolge van trauma (anamnese) of een hemorragische diathese. Grote hematomen worden soms in de thymus van jonge honden aangetroffen na bijvoorbeeld overmatig strekken van de hals door een ruk aan de halsband. Aangeboren stollingsstoornissen, zoals de ziekte van Von Willebrand of hemofilie zijn relatief zeldzaam en kunnen op basis van het signalement, de ziektegeschiedenis en anamnese worden vermoed. Verkregen stollingsstoornissen zoals een rattengifintoxicatie of een immuungemedieerde trombopenie komen veelvuldig voor (zie verder § 4.3 hemorragische diathese).

Acuut bloedverlies als oorzaak van anemie is slechts een diagnostische uitdaging als dit niet direct voor de eigenaar of dierenarts zichtbaar is. Als bloedverlies niet duidelijk zichtbaar is, spreekt men van occult bloedverlies. Chronisch bloedverlies leidt tot anemie, niet alleen door bloedverlies maar ook door onvoldoende aanmaak als gevolg van de optredende ijzerdeficiëntie. De zogenoemde ‘hemocculttest’ toont Hb in de ontlasting aan en is geschikt om occult bloed aan te tonen. De praktische toepasbaarheid is beperkt, want er komt bij vleeseters altijd Hb in de ontlasting voor. De test is slechts zinvol na enkele dagen vleesloos (Hb-loos) eten.

In tabel 4.1 is een overzicht gegeven van de differentiële diagnose van bloedverlies met voorbeelden van aandoeningen die met bloedverlies gepaard gaan. Verschillende indelingen zijn mogelijk, maar het is gebruikelijk bloedverlies in te delen op basis van de klinische presentatie. Onder uitwendig bloedverlies verstaan we bloedverlies dat voor de dierenarts en eigenaar meestal zonder verder lichamelijk onderzoek zichtbaar is, bijvoorbeeld uitwendig trauma en bloed in de ontlasting, braaksel of urine. Bij inwendig bloedverlies is er sprake van bloedverlies dat in het lichaam in holtes (buik, thorax) of in hematomen opgesloten is en het lichaam niet verlaat. Met trauma bedoelen we niet alleen beschadiging van gezonde organen. Ook een pathologische afwijking in een orgaan kan leiden tot bloeden na relatief gering trauma. Een voorbeeld is een hemangiosarcoom of andere tumor in de milt van een hond.

Symptomen


Diagnose


Therapie


Complicaties