Acuut bloedverlies
Ethiologie
Acuut verlies van een grote hoeveelheid bloed (meer dan 40% van het bloedvolume) is zonder snel ingrijpen van buitenaf in korte tijd letaal via hypovolemie, hypotensie, shock, celdegeneraties en necrose. Omvangrijk maar iets minder ernstig bloedverlies kan het lichaam korte tijd overleven via cardiovasculaire aanpassingen. Dit geeft de patiënt de gelegenheid het circulerend volume zelf weer aan te vullen. Na eenmalig ernstig, maar niet letaal bloedverlies kan het meer dan 72 uur duren voordat dit via autotransfusie tot stand is gekomen. Vooral in het begin heeft de patiënt een lage veneuze druk, een trage capillaire vullingstijd en een snelle, slecht gevulde pols.
Is de patiënt de hypovolemie spontaan te boven gekomen en doen zich geen nieuwe bloedingen voor, dan is de resterende anemie niet ernstig. Wel duurt het nog weken voordat het aantal erytrocyten in de circulatie weer op peil is. In die tijd zullen zich compenserende mechanismen voor het verminderde O2-transport manifesteren cardiovasculaire aanpassingen, verhoogde productie van erytropoëtine en toename van erytropoëse in het beenmerg en van 2,3-DPG in de erytrocyten.
Uit het bovenstaande mag duidelijk zijn, dat de Ht-waarde geen maat is voor de ernst van het bloedverlies zolang het circulerend volume niet is aangevuld. Bij dieren met omvangrijke sekwestratie van erytrocyten kan direct na een grote, peracute bloeding aanvankelijk zelfs een stijging van de Ht worden waargenomen als gevolg van miltcontractie.
Onder invloed van de verlaagde O2-spanning van het bloed wordt in de nieren de afgifte van erytropoëtine verhoogd. Dit leidt binnen 24 uur tot een verhoogde productie van erytroblasten uit stamcellen en verhoogde proliferatie van erytroblasten in het beenmerg.
Ook zullen direct al aanwezige rijpe en ook een aantal onrijpe erytrocyten (RNA-rijke reticulocyten, normoblasten) in het perifere bloed worden uitgestort. Bij microscopisch onderzoek van het bloed kunnen deze voorlopers van de erytrocyten in kleine aantallen worden waargenomen maar zijn dus nog niet het gevolg van de aangezette productie van erytrocyten. Het duurt minimaal vier dagen voordat de aangezette erytropoëse nieuwe reticulocyten oplevert. Gedurende deze periode is de verhoogde aanmaak van erytrocyten niet op basis van bloedonderzoek vast te stellen. Wanneer het dier met uitzondering van de oorzaak van het bloedverlies gezond is, zal de anemie die ontstaan is door de verhoogde productie van erytrocyten in twee tot drie weken herstellen. Gedurende die periode is er, zeker in het begin van de herstelperiode een duidelijk waarneembare toename van reticulocyten in het perifere bloed zichtbaar zijn. Dit wordt een regeneratief rood bloedbeeld genoemd.
Het verlies van andere bloedcomponenten dan plasma en erytrocyten is na een niet letale bloeding klinisch nauwelijks van belang. Een daling van 40% van het aantal trombocyten en van de stollingsfactoren heeft geen merkbaar effect op de hemostase en aanvulling is binnen enkele dagen voltooid, meestal zelfs met overcompensatie. In analogie hiermee kan het witte bloedbeeld zich, na een weinig opvallende afname, enkele dagen na de bloeding korte tijd met een leukocytose presenteren.
Symptomen
Diagnose
Therapie
Complicaties