IJzergebrekanemie
Ethiologie
IJzertekort kan ontstaan door een te laag ijzergehalte van de voeding, sterk verhoogde ijzerbehoefte van het lichaam (graviditeit, grote melkgift, snelle groei), gestoorde opname van ijzer door het darmkanaal en verminderde hoeveelheid ijzertransporterende eiwitten in het bloed (hypoproteïnemie). De belangrijkste oorzaak van ijzergebrek bij gezelschapsdieren is chronisch bloedverlies, onder meer door ulcererende tumoren in het maag-darmkanaal en door bloedzuigende ecto- en endoparasieten.
Door ijzertekort neemt de Hb-synthese af en verloopt de erytropoëse trager. De normo-blasten in het beenmerg bevatten weinig Hb en stoten vertraagd hun kern uit. Kernrijping en celdeling gaan intussen wel door. In het beenmerg kunnen dan ook een aantal kleine normoblasten met geringe hoeveelheid slecht kleurend cytoplasma en een sterk pyknotische (overrijpe) kern opvallen. Deze worden meestal ook in kleine aantallen in het perifere bloed aangetroffen. De erytrocyten die uiteindelijk uit het beenmerg komen, zijn kleiner dan normaal (microcyten, laag MCV) en bevatten minder hemoglobine per cel (laag MCH) in te lage concentratie (laag MCHC).
Hierdoor kleuren ze in een bloeduitstrijkje slechts vaag (hypochromasie). Een aantal erytrocyten is misvormd (poikilocyten) waarbij ovale cellen (ovalocyten) kunnen opvallen. De erytropoëse is verminderd en het aantal reticulocyten in het perifere bloed is weinig of niet verhoogd. De serumijzerconcentratie (SeFe) is verlaagd terwijl de hoeveelheid transferrine, ook aangegeven als totale ijzerbindingscapaciteit (TIJBC) compensatoir verhoogd is. De hoeveelheid niet aan ijzer gebonden transferrine of ‘latente ijzerbindingscapaciteit’ (LIJBC) is dus hoog.
Het bovenbeschreven karakteristieke bloedbeeld presenteert zich pas in een ver gevorderd stadium van ijzergebrek en alleen als er geen complicerende factoren zijn, zoals infectie-ziekten, en evenmin als al een therapie is ingesteld. Patiënten met minder ernstig ijzergebrek vertonen een normochrome normocytaire anemie of zelfs nog helemaal geen anemie. Wel kunnen dergelijke patiënten andere problemen met hun gezondheid hebben, omdat ijzer niet alleen van belang is voor de synthese van Hb maar ook deel uitmaakt van een aantal belangrijke enzymen. Verschijnselen die door gebrekkig functioneren van dergelijke eiwitten worden veroorzaakt, kunnen aan de anemie voorafgaan en bij de anemische patiënt het ziektebeeld completeren.
Het beeld van een ijzergebrekanemie kan zich ook voordoen bij patiënten met chronische ontstekingen, infectieziekten en maligniteiten, waarbij geen ijzergebrek bestaat. In deze situaties hoopt het ijzer zich op in de macrofagen zonder ter beschikking te komen van de erytropoëse. Ter onderscheid van echte ijzerdeficiëntie het SeFe is vaker normaal, de LIJBC meestal normaal. De beste indicatie vormt de normale tot hoge concentratie ijzer in het beenmerg. In het beenmerg kan al snel weinig of geen hemosiderine en ferritine meer worden aangetoond.
Symptomen
Diagnose
Therapie
Complicaties