Maligne lymfoom (lymfosarcoom)
Ethiologie
Maligne lymfomen behoren tot de meest frequent voorkomende neoplasieën bij dieren. Het zijn neoplasieën die uitgaan van lymfoïde cellen. Het gaat hierbij zelden om een solitair proces. Veel vaker zijn er op meerdere plaatsen in het lichaam woekeringen van neoplastische lymfoïde cellen (primair multipele ontstaanswijze of metastasen). Het maligne lymfoom kan (later) gepaard gaan met een leukemisch bloedbeeld, waardoor het onderscheid met lymfoïde leukemie vaak niet meer goed te maken is.
Symptomen
Het klinisch en morfologisch beeld van het maligne lymfoom wisselt sterk al naar gelang de organen die worden aangetast
• De lymfeknopen kunnen vergroot, soms zeer sterk vergroot zijn. Op sneevlakte zijn ze egaal door het verdwijnen van de schors-mergstructuur, grijs-wit, spekkig en week. Soms vertonen ze bloeding en necrose. Niet alle lymfeknopen hoeven echter in omvang toegenomen te zijn.
• De milt kan vergroot, gezwollen en week zijn. De kleur is soms bessensapachtig door de vele onrijpe witte bloedcellen. Soms is de vergroting diffuus, soms zijn de lichaampjes van Malpighi vergroot, soms worden knobbels gevormd, die dan weer grijs-wit zijn, eventueel met bloeding en necrose.
• Het beenmerg kan door de anemie (bloedingen, soms ook versterkte bloedafbraak) weer actief, dus week en rood worden. Vaak ontwikkelt zich ook in het beenmerg neoplastisch weefsel, waardoor het merg op die plaats week en grijs-wit wordt. Hierin kunnen rode plekken ontstaan door bloedingen.
• De lever neemt door een zeer sterke toename van het aantal witte bloedcellen in het stroma niet alleen in omvang toe, maar wordt bovendien bleek van kleur. Omdat met de vorming van de witte bloedcellen bijzonder weinig bindweefsel wordt aangemaakt, is het neoplastische (lever)weefsel over het algemeen zeer bros, maar incidenteel kunnen de neoplasieën door bindweefsel toch vrij stevig zijn. De distributie van de neoplastische witte bloedcellen in de lever kan variëren. Ze zijn soms diffuus door de gehele lever in de levereilandjes te vinden (vooral de myeloïde vormen) of beperken zich tot bepaalde delen van het levereilandje (eilandjestekening door neoplastische lymfoïde infiltraten rond centraalvenen en in portale driehoeken). Ook kunnen grote knobbelvormige processen ontstaan.
• Als de thymus is aangetast is dit vaak een solitair proces. Ondanks dat de thymus bij jonge dieren in regressie gaat, kunnen maligne lymfomen van de thymus ook bij volwassen dieren worden gediagnosticeerd.
• Verder zijn in alle lymfoïde weefsels en in alle organen diffuse en haardvormige infiltraten mogelijk. De infiltraten van neoplastische lymfoïde cellen zijn te onderscheiden van bijvoorbeeld ontstekingsinfiltraten, doordat ontstekingsinfiltraten geen monotoon celbeeld vertonen (neoplasieën wel) en overwegend bestaan uit rijpe lymfocyten, plasmacellen, histiocyten en granulocyten.
Het maligne lymfoom kan worden geclassificeerd op basis van diverse criteria. Zo kan men een indeling maken op basis van celmorfologie, mitosefiguren, verspreidingspatroon, verschillen in ontwikkelingsstadium, waarin de neoplastische cel is blijven steken, en kenmerken met betrekking tot de oorsprong van de T- of B-cel van de neoplastische cel. Vooral bij de hond zijn de twee laatstgenoemde kenmerken van prognostisch belang.
Vooral bij jongere katten zien we nog wel eens een grote solitaire neoplasiehaard in het voorste mediastinum (= thymusvorm), die uitgaat van het lymfoïde weefsel van de thymus en de lnn. mediastinales craniales (maligne lymfoom van het craniale mediastinum). Bij de hond zien we dit minder vaak. Ook bij oudere katten komen vaak min of meer lokale vormen voor, namelijk een vorm waarbij vooral de nieren en de renale lymfeknopen beiderzijds aangedaan zijn met grote nodulaire haarden.
Daarnaast zien we een vorm waarbij vooral de darm (ileum) met de mesenteriale lymfeknopen één neoplastische massa is geworden van soms grote omvang. Deze twee vormen komen ook wel samen voor. De lever en de milt kunnen hierbij eveneens aangetast zijn. Samen vormen deze beelden het abdominale (= alimentaire) maligne lymfoom van de kat.
Zoals bij alle dieren kennen we ook bij de kat een gegeneraliseerde (= multicentrische) vorm, waarbij de huidlymfeknopen minder vaak betrokken zijn. Bij de hond is de uitbreiding van het maligne lymfoom in de meeste gevallen multicentrisch. De oppervlakkige (huid)lymfe-knopen die bij het algemeen lichamelijk onderzoek onderzocht worden, doen hier vaak al van het begin af aan mee.
Ook bij de fret is het lymfoom een zeer frequent voorkomende tumor (het meest voorkomend na de bijniertumor en het insulinoom). Verschijnselen, diagnostiek en behandeling zijn vergelijkbaar met die bij honden en katten.
Diagnose
Therapie
Complicaties