Storingen in de secundaire hemostase

Ethiologie
Verkregen stoornissen in de secundaire hemostase berusten bijna altijd op het ontbreken of onvoldoende functioneren van meer dan één stollingsfactor. Oorzaken van verkregen stollingsstoornissen zijn

• Gestoorde leverfunctie. Alle stollingsfactoren worden in de lever gesynthetiseerd. De concentraties van vele stollingsfactoren kan verlaagd zijn. Dit leidt tot een verlenging van de protrombinetijd (PT) en partiële tromboplastinetijd (APTT) en een verlaging van de fibrinogeen-concentratie. De fibrinogeenconcentratie is bij leveraandoeningen meestal de beste indicator voor de ernst van de hemorragische diathese.

• Deficiëntie van vitamine K. Vitamine K wordt met de voeding opgenomen (carnivoren) of door bacteriën in het darmkanaal gesynthetiseerd (herbivoren). Het is vetoplosbaar. Afhankelijk van de diersoort kan vitamine K-deficiëntie ontstaan door onvoldoende opname met het voedsel, ontregeling van de darmflora of malabsorptie. Een relatief tekort ontstaat bij opname van vitamine K-antagonisten (cumarine- en indandionederivaten). Deze stoffen worden als rodenticide gebruikt en als medicijn ter preventie van trombose. Ze remmen de laatste stap in de productie van de procoagulantia van de vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren (factor IX, X, VII en protrombine), die daardoor onwerkzaam zijn. Zowel de intrinsieke als de extrinsieke stolling zijn gestoord. De primaire hemostase is niet verstoord.

• Het circuleren van andere (toegediende) anticoagulantia, zoals heparine. Deze remmen een aantal stollingsfactoren uit de intrinsieke en extrinsieke stolling door sterke potentiëring van het antitrombine.

Symptomen


Diagnose


Therapie


Complicaties