Tumoren van het hemopoëtisch systeem door virussen bij zoogdieren
Ethiologie
Bij een aantal diersoorten is bekend dat lymfoïde tumoren veroorzaakt kunnen worden door virussen. Bij de fret komen lymfomen regelmatig voor.
Ze worden onderscheiden in mediastinale, leukemische, multifocale en solitaire vormen. Etiologisch wordt aan verschillende virussen gedacht ‘Aleutian disease’-virus (ADV), feline leukemievirus (FeLV) en een frettenretrovirus. Bij de kat kunnen zowel de myeloïde, erytroïde als de lymfoïde leukemie veroorzaakt worden door het feline leukemievirus.
Neoplasieën door het feline leukemievirus (FeLV) bij de kat
Bij de kat kunnen het maligne lymfoom evenals de myeloïde en erytroleukemie door het feline leukemievirus (FeLV) worden opgewekt. Dit Retrovirus veroorzaakt vaak ook immuun-deficiëntie. Het virus is met alle vormen van het maligne lymfoom bij de kat geassocieerd.
Na infectie vermeerdert het virus zich in de orofarynx in lymfatisch weefsel. Van hieruit verspreidt het virus zich naar het beenmerg en andere lymfatische organen.
Ongeveer 30 tot 40% van de katten ontwikkelt een persisterende viremie. Dit is leeftijdsafhankelijk jonge katten zijn gevoeliger dan de oudere dieren. De persistent geïnfecteerde dieren ontwikkelen binnen een periode van enkele maanden tot 3 jaar klinische verschijnselen.
Het virus is buiten de gastheer weinig resistent en infectie vindt meestal plaats door direct contact met speeksel van een persistent geïnfecteerde kat. In het verleden kwamen infecties dan ook vooral voor daar waar katten in groepen leven, zoals in catteries.
Door testen en elimineren van de persistent geïnfecteerde katten en vaccinatie is de rol van het feline leukemievirus minder groot geworden.
Symptomen
De verschijnselen zijn weinig specifiek en hangen samen met de immuundeficiëntie of met functieverlies van organen door de ruimte-innemende processen. In een catterie kan dit virus ook een gestoorde fertiliteit (abortus), verstoorde immuunrespons door immuno-suppressie, thymusatrofie, immuuncomplex-glomerulonefritis, anemie en myelosclerose veroorzaken. Een en ander komt vaak ook voor zonder dat er bij alle dieren met dergelijke verschijnselen in een later stadium een maligne lymfoom of leukemie tot ontwikkeling komt.
Diagnose
De diagnose van een FeLV-infectie kan worden gesteld door het aantonen van virus in het bloed. Dit is mogelijk door virusisolatie of een PCR. Er zijn ook verschillende testen die het p27-eiwit detecteren en die als test in de praktijk kunnen worden uitgevoerd. Deze testen worden ook gebruikt voor het opsporen van nog gezonde persistent geïnfecteerde katten in een besmet bestand. Deze testen hebben een hoge sensitiviteit en specificiteit. Maar door de lage prevalentie van FeLV in Nederland is de betrouwbaarheid van een positieve uitslag laag.
Bij sectie kunnen eventuele tumoren worden vastgesteld op basis van histologie. Voorts kan daarbij thymusatrofie, immuuncomplex-glomerulonefritis, anemie en myelosclerose worden aangetroffen.
Therapie
De prognose is slecht. Wel is voor de behandeling van katten met FeLV een interferon-preparaat geregistreerd. In een placebogecontroleerde veldstudie werd bij de behandelde katten een langere overlevingstijd vastgesteld. Ook zijn vaccins beschikbaar, die alleen worden geadviseerd voor katten met een verhoogd risico op een infectie.
Complicaties