Artritis
Ethiologie
Een gewrichtsontsteking (artritis) kan zich tot één gewricht beperken (monoartritis) of meerdere gewrichten omvatten (polyartritis). Is de ontsteking gelokaliseerd in de omgeving van een gewricht, dan is er sprake van een periartritis.
Artritiden worden onderverdeeld in
- Acute en chronische artritis. Een chronische artritis kan uit een acute ontsteking ontstaan, maar ook van het begin af slepend verlopen.
- Septische en aseptische artritis.
Een acute en chronische artritis kan zowel septisch als aseptisch zijn. Een septische artritis is het gevolg van een gewrichtsinfectie, meestal bacterieel. Deze infectie kan tot stand komen door perforerend trauma (verwonding), uitbreiding naar het gewricht van een peri-articulair gelegen septisch ontstekingsproces (per continuitatem), hematogeen vanuit een infectie-haard elders in het lichaam of bij een bacteriemie. Ook een niet steriel uitgevoerde gewrichtspunctie (artrocentese) kan een septische artritis tot gevolg hebben.
Pathogenetisch kunnen artritiden voorts primair of secundair zijn. Primaire artritiden zien we vooral na trauma (kneuzing, perforatie), terwijl secundaire artritiden ontstaan in aansluiting op een ontstekingsproces in de omgeving (per continuitatem) of elders in het lichaam (hematogeen).
De acute artritis speelt zich primair af in het vaathoudende deel van het gewricht, namelijk de synoviale membraan. Daarom wordt ook wel van synovialitis of synoviitis gesproken. Secundair kan het gewrichtskraakbeen worden aangetast, waarbij een usuur kan ontstaan ten gevolge van fibrinestolsels op het kraakbeen (belemmering van de voeding van chondrocyten) en polymorfkernigen (lysosomale enzymen). Bij de chronische artritis zijn meestal alle delen van het gewricht betrokken.
Naar de aard van het exsudaat wordt een onderscheid gemaakt in een sereuze, een serofibrineuze en een purulente artritis.
Sereuze artritis
De acute sereuze artritis berust meestal op trauma en betreft dan ook in de regel maar één gewricht. Als het gewricht niet is geïnfecteerd, dan is sprake van een traumatische aseptische artritis, zoals bij contusie, distorsie en (sub)luxatie van het gewricht.
Bij een aseptische of septische sereuze artritis is de synovialis hyperemisch en oedemateus, terwijl het gewricht uitgezet is door sereus exsudaat (gewrichtsovervulling). Uit een acute sereuze artritis kan een chronische artritis ontstaan. Bij volwassen honden wordt regelmatig een immuungemedieerde sereuze aseptische polyartritis aangetroffen in het kader van chronische ontstekingen (bijvoorbeeld pyometra en prostatitis) en bij virale infecties.
Serofibrineuze artritis
De acute serofibrineuze artritis is meestal bacterieel. Deze kan op zichzelf staan (primaire artritis) of secundair ontstaan in aansluiting op ontstekingsprocessen elders in het lichaam, zoals een navelontsteking, mastitis, prostatitis en endometritis. Door middel van een hematogene infectie ontwikkelt zich vaak een polyartritis. De meest bekende verwekkers zijn Salmonella, kokken, E. coli, Haemophilus, Erysipelothrix, Brucella, Pasteurella en Mycoplasma.
Bij een serofibrineuze artritis is de synovialis hyperemisch met fibrinebelegsels, terwijl er zwelling is van het gewricht door serofibrineus exsudaat. Het gewrichtskraakbeen is meestal intact. Ook de omgeving van het gewricht kan ontstoken zijn (periartritis). Bij een meer chronisch verloop van de artritis kan de fibrine vanuit de synovialis worden georganiseerd. Bij jonge dieren komt de bacteriële serofibrineuze polyartritis veel vaker voor dan bij oudere dieren.
Purulente artritis
De acute purulente artritis is vaak bacterieel, bijvoorbeeld Trueperella pyogenes (voorheen Arcanobacterium pyogenes) en kokken. De purulente artritis kan bij perforerende gewrichts-wonden optreden en metastatisch vanuit purulente processen elders in het lichaam, maar ook per continuitatem vanuit een purulente osteomyelitis of periartritis. Behalve de synovialis kunnen ook diepere delen van het gewrichtskapsel aangetast zijn, wat kan resulteren in een periartritis met abcedering en fistelvorming. Ook het gewrichtskraakbeen kan worden aangetast met als gevolg een usuur. Vanuit een usuur kan dan weer een purulente osteomyelitis ontstaan in het onderliggende beenweefsel.
Polyartritis bij gezelschapsdieren
Bij gezelschapsdieren wordt als onderverdeling voor polyartritis aangehouden of deze septisch of aseptisch is.
Een septische polyartritis is indicatief voor een algemene sepsis en komt slechts sporadisch voor. Een septische monoartritis is bij gezelschapsdieren ook vrij zeldzaam, maar komt soms voor bij jonge dieren. In deze gevallen is een hematogene infectie vanuit een ontsteking elders in het lichaam het meest waarschijnlijk. Een andere oorzaak van een septische artritis is scherp trauma met perforatie tot in het gewricht of een chirurgische artrotomie.
De aseptische polyartritis is onder te verdelen in de immuungemedieerde polyartritis en de reumatoïde artritis. De immuungemedieerde polyartritis vindt zijn grondslag in circulerende immuuncomplexen, die in de synoviale membraan vastlopen en een synoviitis induceren. Deze immuuncomplexen kunnen ontstaan op basis van ontstekingen elders in het lichaam zoals een pyometra of prostatitis. Ook bij virale aandoeningen, zoals gastro-enterale virussen, en bij bepaalde medicijnen kan een secundaire polyartritis optreden. Meestal zijn deze polyartritiden zelflimiterend, zodra de primaire oorzaak is verholpen.
Reumatoïde artritis (RA) is een chronische progressieve aandoening, die zich kenmerkt door erosieve en destructieve veranderingen in het gewricht. Het is een bij de hond zeldzaam voorkomende vorm van artritis. Bij de kat is RA niet beschreven. De oorzaak is net als bij de mens nog niet duidelijk.
Symptomen
Diagnose
septische polyartritis
Diagnostiek vindt plaats door artrocentese (gewrichtspunctie) in combinatie met cytologie, bacteriologie en het maken van een antibiogram. Bij een septische artritis wordt een verhoogd aantal polymorfkernige leukocyten gevonden met eventueel vrije en gefagocyteerde bacteriën. De meest gangbare bacteriën zijn stafylokokken, streptokokken en E. coli. Agressieve antibacteriële therapie heeft vaak goede resultaten.
Therapie
Complicaties