Bandletsel van de carpus

Ethiologie
De carpus is qua complexiteit vergelijkbaar met de tarsus. Ook hier zien we een gewricht dat uit meerdere geledingen is opgebouwd. De proximale geleding wordt gevormd door de distale radius en ulna enerzijds en met het os carpi radiale en ulnare anderzijds. Dit is het antebrachio-carpale gewricht en geeft de meeste bewegelijkheid aan de carpus. Aan de palmaire zijde van het os carpi radiale en ulnare vinden we het os carpi accessorium, dat een belangrijke rol speelt in het buigen van de carpus. De volgende geleding wordt gevormd door deze proximale carpalia en het os carpale I tot en met IV; het intercarpale gewricht. De laatste geleding wordt gevormd door de distale carpalia en de metacarpalia; het carpo-metacarpale gewricht.

Vergelijkbaar met de situatie bij de tarsus heeft de carpus ter stabilisatie een uitgebreid collataraal bandapparaat en een relatief licht uitgevoerd dorsaal bandapparaat. Het palmaire bandapparaat is zeer stevig en met kraakbeen versterkt om de belastingskrachten te kunnen weerstaan.

Beschadiging van het palmaire bandapparaat van de carpus treedt vooral op door een hyperextensie-trauma, zoals kan voorkomen na een sprong van grote hoogte. Hierbij ruptureren de palmaire bandjes vaak in combinatie met avulsies en fracturen. Anders dan bij de tarsus zijn meestal alle geledingen van de carpus in meer of mindere mate beschadigd.

Het bandletsel zoals beschreven voor de Schotse Herder en Sheltie (zie dubbelgehoekte hak) komt ook voor in de carpus.

Symptomen
Het meest opvallende klinische verschijnsel is het doorzakken in de carpus waarbij in ernstige gevallen het carpaalzoolkussen de bodem kan raken. De carpus is verdikt, pijnlijk en vertoont abnormale bewegelijkheid en crepitatie bij passieve bewegingen. De diagnose wordt bevestigd door röntgenologisch onderzoek waarbij vooral foto's tijdens hyperextensie van de carpus van belang zijn.

Diagnose


Therapie
Reconstructie van het beschadigde bandapparaat door middel van hechten levert ook hier meestal niet het gewenste resultaat. Aangezien vaak niet alleen het intercarpale en en carpo-metacarpale gewricht maar ook het antebrachiocarpale gewricht instabiliteit vertonen is panarthrodesis vaak de enige optie. Hierbij worden de verschillende gewrichtsgeledingen aan elkaar vastgezet, nadat het gewrichtskraakbeen is verwijderd. Hiertoe wordt in de meeste gevallen gebruik gemaaakt van een plaatosteosynthese. In enkele specifieke gevallen kan partiële arthrodesis succesvol zijn.

De prognose is goed en de patiënten lopen prima met een panarthrodesis van de carpus. Aangezien buigen van de pols niet meer mogelijk is bestaat er enig functieverlies.

Complicaties