Congenitale contracturen scoliose, torticollis, steltvoet en artrogrypose

Ethiologie
Congenitale contractietoestanden gaan gepaard met fixatie van gewrichten in een abnormale buig- of strekstand (buig- of strekcontractuur) of abnormale lichaamshoudingen. Buigcontracturen komen vaker voor dan strekcontracturen. De oorzaak en pathogenese zijn vaak onbekend. Soms spelen erfelijke factoren een rol en liggen afwijkingen in het centrale zenuwstelsel ten grondslag aan de aandoening. Ze kunnen gepaard gaan met afwijkingen aan de spieren (onder andere hypoplasie en atrofie) en gewrichten (onder andere artrose).

Voorbeelden van congenitale spiercontracturen zijn de scoliose (zijwaartse verkromming van de wervelkolom), de torticollis (scheve hals door contractuur van halsspieren) en de steltvoet (hond). De congenitale steltvoet is een te steile beenstand die wordt veroorzaakt door storingen in de groei en ontwikkeling van spieren, pezen en banden (afb. 12.1). De steltvoet ontstaat dan door een te korte diepe buig- en steunpees. Erfelijkheid speelt hierbij een rol.

Symptomen


Diagnose


Therapie


Complicaties