Cranio-mandibulaire osteopathie (CMO)

Ethiologie
Deze ziekte wordt gezien bij jonge honden (6-12 maanden); vooral bij West Highland White Terriërs, maar ook bij honden van grote rassen. De ziekte kenmerkt zich door periostale botnieuwvorming aan beide zijden van het corpus mandibulae, opkruipend naar de ramus mandibulae. Zeer waarschijnlijk kan deze afwijking (op ongeveer 10 maanden leeftijd) ook subklinisch aanwezig zijn.

Mogelijk bestaan van deze ziekte meerdere aetiologieën. Bij grote hondenrassen wordt CMO wel in samenhang gezien met hypertrofische osteodystrofie (HOD), terwijl bij kleine hondenrassen (met name de West Highland White Terrier) het solitair voorkomt. Alhoewel autosomaal recessieve vererving bij de WHW-Terrier werd vastgesteld, heeft dit nog niet geleid tot een initiatief van de rasvereniging om de incidentie ervan te bepalen ofwel een screeningsprogramma op te stellen.

Symptomen
De klinische verschijnselen zijn malaise, verminderde lust tot eten en spelen, weigeren de bek te openen en eventueel voelbare zwelling van de onderkaakstakken.

Diagnose
Op de dorsoventrale röntgenopname blijken de kaaktakken sterk verbreed. Veelal wordt ook een verdikking van de wanden van de bullae tympanicae gezien; de klinisch betekenis hiervan is onduidelijk.

Therapie
De behandeling bestaat veelal uit pijnstilling, antiflogistica en goede verpleging, d.w.z. voeren van vloeibaar of makkelijk opneembaar voedsel. De prognose is redelijk tot goed, afhankelijk of de kaakgewrichten in het proces betrokken zijn en daardoor de bewegingen belemmeren. De verdikkingen worden grotendeels geremodelleerd.

Complicaties