Osteomyelitis
Ethiologie
Osteomyelitis wordt gedefinieerd als een septische ontsteking van zowel bot (ostiurrf) als het daarbij behorende beenmerg (myelum'). Het kan bot en beenmerg van de pijpbeenderen betreffen, maar het kan ook voorkomen in de platte beenderen (bijv, de mandibula en het bekken), of wervels.
Osteomyelitis is altijd een septisch ontstekingsproces. Het infectieuze agens kan op een tweetal manieren in het beenmerg en aangrenzende bot aangevoerd worden
a) haematogeen (d.w.z. via de bloedbaan)
b) per continuitatem (d.w.z. door uitbreiding van een septische ontsteking in weefsels direct grenzend aan het bot)
c) iatrogeen (tijdens operatieve behandeling van fracturen
Ad a haematogeen
Bij de haematogeen veroorzaakte osteomyelitis raken clusters van bacteriën los uit een infectiehaard die elders in het lichaam gesitueerd is (bijv, een enteritis, een bronchopneumonie of een geïnfecteerde navel). Via grote arteriële bloedvaten komen deze bacteriën via de efferente epiphysaire arteriën of de A. Nutricia terecht in de veneuze sinusoïden van de epi- of metaphyse.. De haematogeen verspreide osteomyelitis komt zelden bij gezelschapsdieren voor.
Ad b per continuitatem
De osteomyelitis per continuitatem vindt plaats doordat een infectiehaard in omliggende weefsels zich direct uitbreidt naar het aangrenzende bot en beenmerg. Bij open fracturen, waarbij de rond het bot gelegen weefsels vrijwel altijd geïnfecteerd zijn, zal verdere uitbreiding van deze infectie naar het aangrenzende bot en beenmerg makkelijk via de fractuurspleet plaats kunnen vinden.
Ad c iatrogeen
Het aanbrengen van osteosynthese-materiaal (inclusief het boren van gaten in de cortex voor het aanbrengen van schroeven enof pennen) is de meest voorkomende oorzaak van osteomyelitis bij gezelschapdieren. Door inbrengen van fixatiemateriaal (cerclagedraad, intramedullaire pennen, schroeven en platen) kunnen dode ruimten ontstaan waardoor bacteriën die tijdens of na (hematogeen) operatie in het fractuurgebied belanden de fractuurgenezing ernstig verstoren, tot botoplossing leiden enof tot chronische fisteling.
Symptomen
Bij gezelschapsdieren (vooral bij de hond en het konijn) kan een alveolitis-osteomyelitis ontstaan in de onder- of bovenkaak als gevolg van een ontstoken kieswortel of gefractureerde kies.
Aanvankelijk zal alleen een in ernst toenemende kreupelheid waarneembaar zijn zonder verdere zwelling, oedeemvorming of plaatselijke pijnlijkheid omdat de ontsteking zich afspeelt binnen de intacte cortex. In een later stadium zullen lokale pijnlijkheid, zwelling en warmte gaan optreden. Het aangrenzende gewricht is vaak gezwollen.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld op basis van de klinische verschijnselen, röntgenologisch onderzoek en cytologisch en bacteriologisch onderzoek van de synovia van het aangrenzende gewricht. Hierbij dient bedacht te worden dat in het initiële stadium van een osteomyelitis ook het röntgenologisch, cytologisch en bacteriologisch onderzoek negatief kunnen verlopen. Te overwegen is om een biopt van het aangetaste bot en beenmerg te nemen voor het vaststellen van een antibiogram.
Therapie
De therapie bestaat uit het toedienen van antibiotica en , indien van toepassing, het optimaliseren van het fractuurgebied, d.w.z. verwijderen van dood bot en van loszittend osteosynthesemateriaal, het maximaal fixeren middels plaatosteosynthese of fixateurexterne, het aanbrengen van spongiosa om de fractuurgenezing te bevorderen, optimaliseren van doorbloeding, wekedelen genezing, conditie van de patiënt.
In de regel worden breedspectrum bactericide antibiotica toegepast die een goede penetratie in beenweefsel hebben. Bekende combinaties bij de gezelschapsdieren zijn bijvoorbeeld amoxycilline en clavulaanzuur (Synulox®, Augmentin®) en gentamycine met lincomycine of clindamycine. Eventueel kan op basis van een antibiogram de therapie bijgesteld worden en een meer specifiek middel worden gekozen zoals bij voorbeeld enrofloxacine (Baytril®). Pijnstillers (NSAID's) zijn vaak ook gewenst. In bepaalde gevallen kan aangetast bot (met name het bot grenzend aan de beide zijden van groeischijven) vervangen worden door autoloog getransplanteerd spongieus bot.
Complicaties