Skeletgroei en skeletregulatie
Ethiologie
Het skelet kan functioneel worden gezien als een ondersteunend en beschermend frame en een reservoir voor mineralen. Beide functies hebben, gebruikmakend van dezelfde cellulaire structuren, een eigen reguleringsmechanisme met consequenties voor de integriteit van het skelet.
Omdat de meeste cellulaire activiteit plaatsvindt tijdens de groei zullen de meeste skelet-afwijkingen waargenomen worden bij het jonge dier. Voor een goed begrip van de pathogenese van skeletaandoeningen bij dieren, zullen we eerst kort ingaan op de normale skeletgroei en skeletregulatie.
Het kraakbenig voorstadium van pijpbeenderen ossificeert en wordt omgeven door periost dat primitief (lamellair) bot vormt, waardoor de botten in diameter toenemen. De lengtegroei van botten is beperkt tot de groeischijven. In de kraakbenige bedekking van de botuiteinden vindt de proportionele groei van epifysen plaats. Het proces waarbij kraakbeen deelt, rijpt en wordt omgevormd tot primaire spongiosa, heet endochondrale ossificatie.
Bot bestaat voor 23% uit organisch materiaal (waarvan 90% collageen), voor ruim 60% uit anorganisch materiaal – voornamelijk calcium- en fosforzouten – en voor 17% uit water. Het collageen wordt gevormd door osteoblasten, osteoïd genoemd. Als deze cellen ingebed liggen in het botweefsel en alleen nog door cytoplasmatische uitstulpingen in canaliculi met elkaar in verbinding staan, worden het osteocyten genoemd. Via de canaliculi heeft uitwisseling van ionen en mediatoren plaats, wat van belang is bij het omzetten van mechanische belasting van een bot in een aangepaste botaanmaak of botafbraak, resulterend in remodellerende ombouw. Het georganiseerde netwerk van botcellen wordt hierbij aangestuurd door een ladingsverschil, dat optreedt in samengedrukt hydroxyapatiet (een fosforzout), waarbij het piëzo-elektrisch effect direct (door elektrische stimulatie van botcellen) of indirect (door een vloeistofstroom in de canaliculi) zorgt voor de gewijzigde botcelactiviteit.
Osteoclasten zijn multinucleaire cellen, die in staat zijn bot te resorberen ter hoogte van villeuse uitstulpingen (de zogenoemde ‘ruffled borders’) als deze met bot in contact komen. De osteoclasten bevinden zich vooral in de metafysaire gebieden en aan de endostale zijde waar bot moet verdwijnen om de beenderen aan de mechanische en hemopoëtische eisen aan te passen. De osteoblasten- en osteoclastenactiviteiten zijn gekoppeld. Naast het piëzo-elektrisch effect is er een groeiend aantal biologisch actieve factoren bekend die in (gedemineraliseerd) bot aanwezig zijn en die in staat zijn botcellen aan te trekken of te activeren. Die eigenschappen worden in de orthopedische chirurgie benut als er een transplantaat van spongieus bot in defecten wordt aangebracht om zodoende botgenezing te bevorderen.
Symptomen
Diagnose
Therapie
Complicaties