Spondylose

Ethiologie
Spondylose is gekenmerkt door botwoekeringen (osteofyten) aan de craniale en caudale uiteinden van de wervellichamen en dan vooral aan de ventrale en laterale zijde. De aandoening is vooral gelokaliseerd in het thoracolumbale en lumbosacrale deel van de wervelkolom en komt vooral voor bij oudere honden van de grotere rassen (boxer) en echter ook bij katten.

Ten gevolge van degeneratieve veranderingen en rupturen aan de ventrale zijde van de annulus fibrosus komt het op deze plaats tot een woekering van fibreus weefsel, waarin dikwijls chondrale en desmale beenvorming plaatsvinden. Vanuit het omringende geactiveerde periost van de ventrale werveldelen treedt een periostale beennieuwvorming op. Beide processen vormen samen beenwoekeringen (röntgenologisch haken en bruggen), die gelokaliseerd zijn aan de ventrale zijde van de achterrand van een wervellichaam, de annulus fibrosus en de voorrand van het volgende wervellichaam. Hierdoor kunnen de wervellichamen uiteindelijk met elkaar vergroeien, wat leidt tot een verstijving van de wervelkolom.

Bij de hond wordt onderscheid gemaakt tussen spondylose (of spondylosis deformans) die ontspringt aan de craniale en caudale ventrale uiteinden van de wervellichamen en met bruggen de wervels verbindt, en diffuse idiopathische skelet hyperostosis (onder andere bij boxers), die verbening geeft van het gehele ventrale longitudinale ligament aan de ventrale zijde van de wervels en uiteindelijk ook leidt tot fusie van wervels.

De klinische betekenis is gering, omdat de afwijking zelden problemen veroorzaakt. Bij een uitbreiding naar de foramina van de uittredende segmentale zenuwen kunnen deze in zeldzame gevallen in het gedrang komen, waardoor naast stijfheid ook sensibele en motorische stoornissen kunnen optreden.

Symptomen


Diagnose


Therapie


Complicaties