Stoornissen in de modellerende ombouw
Ethiologie
De modellerende ombouw van been kan toegenomen of verminderd zijn. Bij een toegenomen modellerende ombouw wordt te veel beenweefsel geresorbeerd, zonder dat hier nieuwgevormd beenweefsel voor in de plaats komt. Uiteindelijk resulteert dit in minder stevige beenderen met een te smalle compacta, een verwijde mergholte en een trabekel-arme spongiosa. Hierbij treden vaak fracturen op. Bovendien is de skeletrijping versneld, waarbij de epifysaire schijven smaller worden door een afname van de proliferatie van de kraakbeencellen. Ze sluiten op een vroeger tijdstip dan normaal, waardoor de beenderen korter blijven. Dit beeld vinden we onder meer bij alimentaire hyperparathyreoidie en chronische hypervitaminose A (zie hoofdstuk ‘stofwisseling en endocriene organen’). Daarentegen is er bij een chronische hypovitaminose A een verminderde modellerende ombouw, waarbij te weinig beenweefsel wordt geresorbeerd. Dit leidt uiteindelijk tot een toename van beenweefsel (osteosclerose). De epifysaire schijven zijn ook hier versmald met een verminderde endochondrale beennieuwvorming. Eén en ander resulteert in stevige, korte, plompe beenderen met een vernauwde mergholte. Hierbij worden wervelkanaal, schedelholte en in het been gelegen foramina te nauw, waardoor compressie van zenuwweefsel plaats kan vinden.
Bij hypercalcitoninisme ten gevolge van een hypercalciëmie treedt ook een verminderde modellerende ombouw op ten gevolge van een vertraagde osteolyse door een remming van de osteoclasten (zie hoofdstuk ‘stofwisseling en endocriene organen’). De epifysaire schijven zijn hierbij echter onregelmatig verbreed doordat er tevens een gestoorde endochondrale ossificatie aanwezig is. Dit beeld wordt vooral gezien als teveel calcium in het voer aanwezig is.
Symptomen
Diagnose
Therapie
Complicaties