Stoornissen in de skeletrijping
Ethiologie
De skeletrijping kan versneld of vertraagd verlopen. Een versnelde skeletrijping vinden we bij hyperthyreoïdie, bij een te vroege vorming van geslachtshormonen (voortijdig begin van de puberteit = pubertas praecox) en bij een verhoogde afgifte van androgene corticosteroïden (adrenogenitaal syndroom). In het skelet worden bij deze aandoeningen een vroegtijdige beëindiging van de endochondrale ossificatie gevonden als gevolg van een te vroege sluiting van de epifysaire schijven. Het resultaat is een duidelijk verminderde lengte van de beenderen. Bij hyperthyreoïdie is tevens een toegenomen resorptie (versmalde compacta) aanwezig, terwijl bij een te vroege vorming van geslachtshormonen bovendien sprake is van een toegenomen osteogenese.
Een vertraging van de skeletrijping vindt plaats bij een te vroege uitval van de geslachts-hormonen (bijvoorbeeld door castratie). Hierdoor wordt de chondrale lengtegroei eveneens geremd. Maar doordat de sluiting van de epifysaire schijf wordt uitgesteld, blijft de chondrale lengtegroei wel veel langer doorgaan, wat uiteindelijk resulteert in langere beenderen dan normaal.
Stoornissen in zowel het groei- als het differentiatieproces
Bij zogeheten ‘achterblijvers’ treedt een kwantitatieve vermindering en soms zelfs een volkomen stilstand op van zowel chondrale groei, osteogenese als modellerende ombouw. Er ontstaan onder meer weinig of geen richtingspijlers van kraakbenige grondsubstantie, met als gevolg een verminderde lengtegroei. Dergelijke ‘achterblijvers’ worden vooral gezien ten gevolge van voedingsdeficiënties en bij dieren met chronische ziekten.
Hypothyreoïdie en athyreose (ontbrekende schildklier) zijn behalve door de bovengenoemde kwantitatieve vermindering van chondrale groei, osteogenese en modellerende ombouw ook gekenmerkt door een vertraagde skeletrijping. Hierdoor ontstaan korte beenderen en blijft langer een jeugdig, nonlamellair beenweefsel aanwezig.
Het groeihormoon van de adenohypofyse beïnvloedt direct de chondrale groei en de osteogenese. Bij een abnormaal verhoogde afgifte van het groeihormoon ontstaat bij het groeiende organisme een reuzengroei (acromegalie of gigantisme). Bij een tekort aan groeihormoon treedt dwerggroei op (zie hoofdstuk ‘stofwisseling en endocriene organen’).
Symptomen
Diagnose
Therapie
Complicaties