Tumoren van het locomotie-apparaat

Ethiologie
De tumoren van het locomotie-apparaat zijn voornamelijk van belang bij de gezelschapsdieren. Zij zijn te verdelen in A) primaire skelettumoren, B) secundaire skelettumoren en C) weke delen tumoren.

Osteosarcoom
Osteosarcomen worden vooral gezien bij de middelgrote - grote honden (St.Bernard, Duitse Dog, Ierse Setter, Dobermann, Duitse Herder, Golden Retriever) van middelbare leeftijd (412 - 5 jaar) met een iets grotere predispositie voor mannelijke dieren ( = 1.1-1.5 1). Osteosarcomen kunnen ook bij jonge honden (6 - 24 maanden) optreden, doch dit is zeldzaam. Osteosarcomen komen in 75% van de gevallen voor in de extremiteiten en van de resterende 25% komt de helft voor in de kaken en de rest in de wervelkolom, schedel, ribben, neus en zelfs buiten het skelet.
De aetiologie van osteosarcomen is nog onopgelost. De snelst groeiende plaatsen (meeste botcellen) van zware honden (grote rassen, reuen) en hoge belasting (voor achter) lijken van invloed. Humaan werd homozygotie voor bepaalde genen aangetoond. Bestraling, chronische irritatie (laaggradige infectie) en chronische elektrische irritatie (kringstroompjes t.g.v. twee verschillende metalen voor fractuurbehandeling) kunnen ook osteosarcomen veroorzaken, veelal op aspecifieke plaatsen.
Het osteosarcoom is een mesenchymale tumor waarbij de tumorcellen matrix vormen. Kwaliteit en kwantiteit van de matrix bepaalt het type osteosarcoom (osteoblastisch, chondroblastisch, fibroblastisch enz.). Door het vrijkomen van weefselhormonen (en niet door druk of bloedeloosheid) treedt osteolysis op. In 90% van de gevallen treedt metastasering op naar de longen binnen driejaar na ontstaan van het osteosarcoom in extremiteiten (niet in de kaken!); bij slechts 5% is de metastase röntgenologisch detecteerbaar. Nooit zijn meerdere botten aangetast.
Klinische verschijnselen zijn de geleidelijk aan verergerende kreupelheid, zwelling van de tumorplaats, verminderd uithoudingsvermogen, pathologische fractuur en (zelden) respiratoire aandoeningen. Röntgenologische opnamen kunnen, afhankelijk van het stadium, botnieuwvorming plus botverval, een sclerotische zone en Codman's driehoek, een palissadevormige (sunburst) nieuwvorming, vertonen (fig.38). De diagnose kan bevestigd worden met botbiopten. Differentiaal diagnostisch komen in aanmerking enostosis, hypertrofische osteodystrofie, callus, osteomyelitis, andere primaire of secundaire skelettumoren.
Afhankelijk van de algemene toestand, de wens van eigenaar en levensverwachting van de hond kan besloten worden tot euthanasie of amputatie plus behandeling met cytostatica. Conservatieve therapie (afwachten evt. met analgetica) is geen optie in verband met de grote pijnlijkheid van deze aandoening.
In plaats van een pootamputatie kan een blokresectie plus bloktransplantatie worden uitgevoerd. Alleen osteosarcomen van de kaken behoeven na resectie niet met cytostatica te worden behandeld resectie alleen heeft hierbij een goede prognose. De prognose van het osteosarcoom elders is 3 - 4 maanden overleven na amputatie tot 1 - l12 jaar na resectie plus cytostaticum behandeling.

Chondrosarcoom
Na de osteosarcomen komt het chondrosarcoom bij de hond het meest frequent in het skelet voor (5-10% van alle primaire skelettumoren). Deze tumor komt vooral voor bij middelgrote - grote honden van middelbare leeftijd, zonder geslachtspredispositie. Het meest frequent wordt het chondrosarcoom gezien in de neusholte en ribkraakbeen, crista iliaca, cartilago scapulae en de pijpbeenderen.

De tumor metastaseert zelden vanuit de neus, langzaam vanuit de ribben (gemiddelde overleving na resectie drie jaar) en vrij snel vanuit de pijpbeenderen (ongeveer een jaar na amputatie). Resultaten van cytostatica behandeling zijn nog niet bekend.

De klinische verschijnselen worden bepaald door de lokalisatie en de grootte. Röntgenologisch kenmerkt de tumor zich minder door radiodense nieuwvorming dan het osteosarcoom.

Haemangiosarcoom
Deze tumoreuse ontaarding van mesenchymale cellen die voorlopers zijn van vasculair endotheel wordt veelal gezien bij middelbare en oude honden van alle grootten. Een multipele lokalisatie (bot, milt, lever, harte-oor) en snelle metastase (naar long, spieren, nieren, hersenen, andere botten) wordt frequent waargenomen.Röntgenologisch kan osteolysis worden waargenomen. Mogelijk kunnen ook andere haemangiosarcomen en metastasen zichtbaar worden gemaakt. De prognose is slecht.

Secundaire bottumoren
Metastasen van tumoren van viscerale organen en mammae komen bij 15-20% van de honden met maligne tumoren voor. Deze metastasen worden waargenomen in de lumbaalwervels en pelvis (haematogeen vanuit urogenitaal apparaat en mammae) en de diafysen van humerus en femur.

Metastasen kunnen leiden tot botpijn met botverval en eventueel pathologische fracturen. Metastasen kunnen goed worden opgespoord met botscintigrafie en gediagnostiseerd met röntgenfoto's en biopten.

De prognose is slecht.

Synoviacelsarcoom
De tumor is een ontaarding van tenosynoviaal weefsel en wordt vooral bij de middelbaar oude hond ( 6-8 jaar) van middelgrote - grote rassen waargenomen. De tumor bevindt zich in gewrichten of peesscheden en kenmerkt zich door botverval zonder botnieuwvorming (bij gewrichten aan beide zijden van de gewrichtsspleet!). De tumor heeft de neiging te invaderen en langzaam te metastaseren. De verschijnselen zijn kreupelheid en pijn. Röntgenologisch worden scherp omschreven lytische haarden waargenomen en weke delen zwelling (fig.39). Amputatie zou overwogen kunnen worden.

Rhabdomyosarcoom
Deze tumor is een ontaarding van dwarsgestreept spierweefsel, heeft de neiging lokaal te invaderen en te metastaseren. De symptomen zijn pijnlijkheid, zwelling en evt. invaderen in de aanhechtingssplaats leidend tot botverval. Deze tumoren zijn zeer zeldzaam bij gezelschapsdieren De prognose is slecht.

Neurofibrosarcoom
De tumor is een ontaarding van de zenuwschede en kan nodulaire verdikkingen van zenuwen veroorzaken. Ze worden veelal bij oudere honden (en zelden bij katten) waargenomen van alle rassen en bevinden zich veelal in de plexus brachialis, plexus lumbosacralis en in het ruggemerg. De tumor leidt tot ernstige pijnlijkheid en eventueel spieratrofie van één spiergroep). Tumoren in de plexus brachialis zijn, mede afhankelijk van grootte en lokalisatie, in 50% van de gevallen palpabel. Middels EMG is de diagnose waarschijnlijk te maken. Chirurgische extirpatie (uit plexus of wervelkanaal) kan mogelijk zijn met geen of geringe uitval en een goede prognose.

Symptomen


Diagnose


Therapie


Complicaties