orthopaedische patiënt nabehandeling

Ethiologie
De behandeling van de orthopaedische patiënt is bijna nooit voltooid met de initiële medicamenteuze dan wel chirurgische therapie. Gezien de vaak langzame regeneratie van de diverse onderdelen van het musculoskeletaire stelsel geldt voor dit orgaansysteem bij uitstek dat vaak langdurige nabehandelingen nodig zijn. Deze kunnen bestaan uit medicaties, maar vaker zal het gaan om bewegings-, trainings-, en voederadviezen. In het nu volgende hoofdstuk worden enige woorden aan deze onderwerpen gewijd.

Bewegingsadviezen bij gezelschapsdieren Bewegingsadviezen worden gegeven om het natuurlijke genezingsproces niet te belemmeren, om operatieve of medicamenteuze behandeling te ondersteunen, of om op een verstandige wijze om te gaan met een aangeboren of verkregen afwijking.

Absolute rust, d.w.z. het opsluiten van een hond of kat in een kleine ruimte (hok, box enz.) wordt bijvoorbeeld voorgeschreven bij de conservatieve behandeling van hernia nucleus pulposus, femur- of bekkenfractuur. Ook als vervolgbehandeling van een peeshechting, luxatiebehandeling met fixatieverband, adaptatie-osteosynthese en gewrichtschirurgie kan gedurende enige weken rust enof bewegingsbeperking geïndiceerd zijn.

Onder bewegingsbeperking kan worden verstaan niet vanop hoogten springen, geen traplopen en uitsluitend aan de korte lijn uitlaten. Locomotiestoornissen door HD verbeterden aanzienlijk en langdurig na drie maanden hokrust en beperkt uitlaten. Voor een regelmatige belasting van gewrichten en voor spiertraining kan geadviseerd worden de hond rechtlijnig te laten draven (b.v. naast de fiets) of te laten zwemmen.

Onder andere door verandering van de arbeidsmarkt voor fysiotherapeuten, begeven steeds meer fysiotherapeuten zich op het terrein van de dierenfvsiotherapie. Voor zover het de extra aandacht en bewegingsadviezen betreft kan hiervoor zeker een plaats zijn. De effecten van massage en fysiotechniek (zoals iontoforese, ultra korte golf, warmte, lasertherapie) werden tot nu toe beperkt onderzocht en er werden bij gezelschapsdieren geen geobjectiveerde positieve effecten geregistreerd anders dan een placebo-effect bij de eigenaar. Fysiotherapeuten voor dieren mogen uitsluitend op verwijzing van dierenartsen dieren behandelen en vallen direct, net als dierenartsen en dierenartsassistenten, onder de strafbepalingen van de Wet Uitoefening Diergeneeskunde.

Voedingsadviezen bij gezelschapsdieren Ter voorkoming van deficiënties verdient het aanbeveling eigenaren van gezelschapsdieren commercieel verkrijgbare voeders te laten geven. In Nederland zijn meer dan 250 hondenvoeders verkrijgbaar waarbij kwalitatieve verschillen zijn waar te nemen met betrekking tot grondstoffen, biologische beschikbaarheid, smakelijkheid en samenstelling. Hierover geeft de label op de verpakking, waarop de (minimale of maximale) chemische samenstelling (analyse) vermeld staat, geen informatie. Naast de complete voeders (goed voor alle levensstadia zoals groei-volwassen-dracht) zijn er ook voeders voor specifieke groepen zoals jonge honden, groeiende honden van grote rassen, werkhonden, dieren met overgewicht en reconvalescerende dieren. Met betrekking tot de preventie van aandoeningen van het bewegingsstelsel of ondersteuning van behandeling hiervan kan de voeding een rol spelen.

Jonge dieren voor een ongestoorde groei van het dier dient de dagelijkse behoefte aan mineralen en vitaminen te worden gedekt. Omdat jonge dieren, afhankelijk van hun groeifase, 2-3 maal de energiebehoefte hebben van volwassen dieren van hetzelfde gewicht, bestaat de kans dat bij een ruim gehalte aan mineralen hiervan teveel wordt opgenomen. Overmaat aan calcium, óf calcium plus fosfaat, óf simpelweg een overmaat aan voer waardoor deze overmatige mineraalopname ook plaatsvindt, leidt tot verschillende skeletaandoeningen. Voorbeelden hiervan zijn osteochondrose, enostosis, radius curvus syndroom en vernauwingen in het ruggemergkanaal in het cervicale gebied bij jonge honden van grote rassen die hiervoor een (genetische) predispositie hebben (Wobblers). Een overmatige hoeveelheid eiwit, koolhydraat of vet geeft geen nadelen mits adipositas wordt voorkomen en de minimale behoeften aan essentiële aminozuren, vetzuren, mineralen en vitamines worden gedekt. Ter voorkoming van overmatige calciumopname dient beslist geen mineralenmengsel toegevoegd te worden aan een uitgebalanceerde voeding. Speciale voeders voor jonge honden van grote rassen met een aangepast, verlaagd calciumgehalte (ten opzichte van het energiegehalte) zijn verkrijgbaar. Werkhonden. Afhankelijk van de te leveren prestatie bestaat er een specifieke behoefte aan beschikbare energie. Sledehonden hebben een verhoogde behoefte aan vet, racehonden hebben een verhoogde behoefte aan makkelijk beschikbare energie. Prestatievoeders voor deze categorieën dieren zijn verkrijgbaar.

Dieren met overgewicht. Zowel in de groeifase als in de volwassen levensfase kan overgewicht zeer nadelige effecten hebben op het locomotie-apparaat. Overgewicht en hoge calciumopname kunnen effect hebben op het tot expressie komen van klinische HD (zie aldaar) en osteochondrose bij jonge honden.

Overgewricht zal bij beweging een extra traumatiserende factor vormen voor een gewricht met arthrotische veranderingen. Tevens treden hormonale veranderingen op bij adipositas die mogelijk invloed hebben op het regenererend vermogen van arthrotische gewrichten. Ook zal overgewicht een grotere belasting van gewrichtsbanden veroorzaken. Afvallen tot het overtollig lichaamsgewicht is teruggebracht (tot de ribben voelbaar zijn) behoort tot de maatregelen in geval van arthrose, (sub-)luxatie en spierzwakte. Overgewicht en te snelle groei zal bij jonge honden die gepredisponeerd zijn voor HD en OCD dienen te worden voorkomen. Commercieel verkrijgbare vermageringsdiëten bevatten veelal een normaal vitamine-mineralengehalte (per kg voer) doch een verlaagd gehalte aan metaboliseerbare energie. Deze voeders zijn bedoeld voor volwassen dieren en zijn gecontraïndiceerd voor toepassing bij jonge dieren.

Reconvalescentie Er wordt verondersteld dat dieren na (chirurgisch) trauma, of in geval van tumor of tumorbehandeling, ten gevolge van hormonale veranderingen een verhoogde behoefte hebben aan energie, eiwit en mineralen en een veranderde behoefte aan vetzuren, aminozuren en koolhydraten. Reconvalescentiediëten met een verhoogd energie (vet) en eiwitgehalte, een verlaagd koolhydraatgehalte en aangepaste aminozuur-, vetzuur- en electrolytsamenstelling zijn verkrijgbaar.

Sondevoedering De voederopname kan verstoord zijn door chirurgie aan de kaken (fractuur, tumorresectie) of door weke delenlaesies in het orale gebied (laesies aan tandvlees, tong, palatum), of het kan in het kader van de wondgenezing beter zijn dat voer niet oraal wordt opgenomen.

Sondes van dunne diameter kunnen via de neus of oesofagus worden ingebracht. Sondes met grote diameter kunnen faryngeaal en percutaan direct in de maag, worden ingebracht. Zo kan frequent opgelost voer van de juiste temperatuur, hoeveelheid en samenstelling worden toegediend. Fijngemalen blik- of korrelvoer of instantpoeder is hiervoor beschikbaar.

Symptomen


Diagnose


Therapie


Complicaties