radius curvus syndroom van het antebrachium
Ethiologie
Het antebrachium wordt gevormd door de radius en ulna met proximaal het ellebooggewricht en distaai het antebrachiocarpale gewricht. Tijdens de groeifase vindt lengtetoename van de radius en ulna plaats in de fyses via het proces van enchondrale ossificatie. De radius heeft zowel proximaal als distaai een dwarsverlopende fysis waarbij de proximale groeischijf ongeveer 35% en de distale groeischijf ongeveer 65% van de lengtegroei genereert. De ulna heeft proximaal een fysis ter plaatse van het olecranon die vooral van belang is voor de uitgroei van het tuber olecrani. Bij sommige rassen waarbij het processus anconeus als apart ossificatiecentrum aangelegd is, vinden we een groeischijf tussen het processus anconeus en de schacht van de ulna. Distaai heeft de ulna een groeischijf in de vorm van een omgekeerde kegel (inverted cone) die verantwoordelijk is voor 85% van de lengtegroei van de ulna. Deze specifieke inverted cone vorm is een aanpassing waarbij het oppervlak van de groeischijf van de ulna vergroot wordt en synchrone groei van de ulna enerzijds en de radius anderzijds wordt gewaarborgd. Tijdens de fase van lengtegroei (tot ongeveer 8 maanden leeftijd) treedt tussen de radius en ulna voortdurend een dynamische verschuiving op zodat proximaal het ellebooggewricht en distaai het antebrachiocarpale gewricht zich normaal kunnen ontwikkelen.
Een verminderde lengtegroei of voortijdig sluiten van de distale groeischijf van de ulna met een relatief ongehinderde lengtegroei van de radius leidt tot het klassieke radius curvus syndroom. We zien deze afwijking voornamelijk bij de hond en slechts zelden bij de kat. De oorzaak van deze ontwikkelingsstoornis kan zoals reeds eerder beschreven erfelijk, voedinggerelateerd of verkregen zijn. Als erfelijke ontwikkelingsstoornis kennen we het short ulna syndrome bij de Basset Hounds, de Dandy Dinmont Terrier, de Schotse Terrier etc. Deze honden vertonen als exterieurkenmerk een gewenst radius curvus beeld. Bij sommige dieren kan de radius curvus zo uitgebreid zijn dat klinische klachten ontstaan. Van de voedingsgerelateerde ontwikkelingsstoornissen kan de kraakbeenzuil in de ulna aanleiding geven tot een radius curvus beeld. De belangrijkste oorzaak van het radius curvus syndroom is de verkregen vorm op basis van een traumatisch groeischijf letsel. Door zijn inverted cone vorm is de ulna fysis zeer gevoelig voor dit soort letsels. Beschadiging van de bloedvoorziening in combinatie met compressie van de germinatieve chondroblasten in de fysis leidt tot groeivermindering of zelfs volledig stoppen van lengtegroei. Gevolg van de groeistoornis in de ulna is een dorsale kromming (curvus) van de radius, een exorotatie van het antebrachium en een valgusdeviatie van de ondervoet (fig.24). In ernstige gevallen kan incongruentie van de elleboog optreden hetgeen bij honden met een apart ossificatiecentrum van de processus anconeus kan leiden tot een los processus anconeus of LPA (zie aldaar). Incongruentie van de elleboog kan zich ook tonen als een subluxatie van het radiuskopje in het humeroradiale gewricht distractio cubiti. Door de afwijkende ontwikkeling van het styloid van de ulna ontwikkelt ook de distale radius zich afwijkend met een abnormaal antebrachiocarpaal gewricht tot gevolg. Door de remmende invloed van de ulna op de radius zal de totale lengtegroei van het antebrachium achterblijven, resulterend in een korte poot. Op termijn kunnen de ontwikkelingsstoornissen aanleiding geven tot uitgebreide osteoarthrose (Zie aldaar).
Naast het klassieke radius curvus syndroom komen er ook andere groeistoornissen in het antebrachium voor, waarbij niet alleen de ulna een afwijkende lengtegroei vertoont maar ook de proximale enof distale fysis van de radius betrokken zijn. Klinisch kunnen deze sterk lijken op het klassieke beeld maar zich ook beduidend anders tonen zoals bv een varus van de ondervoet op basis van een traumatische beschadiging van de mediale zijde van de distale radius fysis. Vaak worden deze groeistoornissen ten onrechte ook aangeduid met de term radius curvus.
Symptomen
De meest opvallende klinische verschijnselen zijn de dorsale kromming en exorotatie van het antebrachium en de valgusdeviatie van de ondervoet vanuit de carpus. Afhankelijk van bijkomende problemen in elleboog of carpus zijn de patiënten meer of minder kreupel.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld door röntgenonderzoek van het gehele antebrachium dus inclusief elleboog en carpus. Zowel van het afwijkende als van het gezonde been (bij éénzijdige afwijkingen) worden foto's gemaakt om meting van het lengteverschil mogelijk te maken. De elleboog en carpus worden nauwgezet beoordeeld om betrokkenheid van het gewricht vast te kunnen stellen (incongruentie, LPA, etc.)
Therapie
Vroegtijdig onderkennen van de groeistoornis is essentieel om toename van de deformatie te kunnen voorkomen. De patiënt moet altijd zo spoedig mogelijk behandeld worden. De therapie hangt natuurlijk sterk af van de oorzaak van het radius curvus syndroom en de ernst van de deformaties. Bij een jonge hond met een geringe afwijking op basis van een kraakbeenzuil kan normalisatie van het voer en een expectatief beleid op zijn plaats zijn. Bij ernstiger afwijkingen zal er naar gestreefd worden de radius gedurende de rest van de groeifase ongehinderd te laten groeien. Hiertoe kan een partiële ulnectomie worden uitgevoerd. Bij echte standsafwijkingen en betrokkenheid van elleboog enof carpus zal altijd een agressieve chirurgische behandeling gestart moeten worden. Het doel is correctie van de kromming en exorotatie van het antebrachium en van de valgus deviatie van de ondervoet en correctie van eventuele incongruentie in de elleboog en malformatie antebrachiocarpaal. De methode van keuze is correctie met de Ilizarov Externe Ring Fixator (IERF) die het tevens mogelijk maakt eventuele lengteverschillen van het antebrachium via zogenaamde distractie osteogenese te corrigeren (Zie figuur 25).
De prognose is vooral afhankelijk van de eventuele betrokkenheid van elleboog en carpus aangezien schade aan de gewrichten in de regel irreversibel is en op termijn met osteoarthrose rekening moet worden gehouden. Bij ernstige groeistoornissen kunnen de resultaten met de IERF opzienbarend goed zijn. Vroege diagnostiek speelt bij deze problematiek een essentiële rol.
Complicaties