Caninsulin

H: 0,5 IE/kg SC | 1dd (2dd)

5 kg 2 IE
10 kg 5 IE
15 kg 7 IE
20 kg 10 IE


Instellen van een onderhoudsdosis: verhoging of verlaging met 10%, afhankelijk van bloedglucosecurve. Niet vaker dan elke 3 - 7 dagen.
Wijziging naar tweemaal daagse toediening: Dosis per injectie met 25% verlagen, naar beneden afronden. (bv. 5IE 1dd >> 3IE 2dd)

Eten geven: twee maal per dag op vaste tijden.
Doseer nooit na, in verband met het risico op een te hoge dosis insuline.

K: 0,5 IE/kg SC | 2dd

< 20 mmol/l of < 3,6 g/l (< 360mg/dl) 1 IE | 2dd
= 20 mmol/l of = 3,6 g/l (= 360mg/dl) 2 IE | 1dd


Aanvangsdosis: in de eerste drie weken van de behandeling niet meer dan 2 IE per injectie.
Instellen van een onderhoudsdosis: Verandering in stappen van 1 IE.

Eten geven: 2-4 maal per dag op vaste tijden.

Lange termijn: Controles dienen elke 2-4 maanden plaats te vinden. Metingen van de bloedglucosecurve in plaats van op individuele meetpunten (Somogyi-effect).

Behandeling van diabetes mellitus.
Vóór het eerste gebruik de flacon krachtig schudden zodat een homogene, melkachtige suspensie ontstaat. Daarna iedere keer voordat de insuline opgezogen wordt, het product zacht te schudden of licht te zwenken zodat opnieuw een homogene, melkachtige suspensie ontstaat.


Caninsulin SC Varkensinsuline*: 40 IE# suspensie 40 IE /ml


Spuiten materialen

CVET Spuit U-40 insuline 0,5 ml 30G 0,30 x 8 mm (30G) 0,5 I.U. schaalverdeling 20 IE Braun
CVET Spuit U-40 insuline 1 ml 0,30 x 12 mm (30G) 0,5 I.U. schaalverdeling 40 IE


VetPen Insulinepatroon 10 x 2,7 ml Caninsulin insulinepatronen - -
VetPen Starter Kit 0,5 -8 IU - - -

De Caninsulin Vetpen is verkrijgbaar in twee varianten; 0.5-8 IU of 1-16 IU.

Laad het insulinepatroon in de Caninsulin Vetpen om insuline toe te dienen bij uw huisdier. Na het laden en ontluchten van het insulinepatroon, kunt u in deze 5 eenvoudige stappen de insuline injecteren:
Stap 1. Draai het insulinepatroon op en neer tot de insuline er melkachtig uitziet. Verwijder de dop van de pen en laad het insulinepatroon in de patroonhouder.
Stap 2: Gebruik elke keer een schone naald.
Stap 3. Na het plaatsen van de naald, drukt u de ontspanner in en houd u deze ingedrukt tot de volledige dosis insuline is geïnjecteerd.
Stap 4. Verwijder de naald direct na gebruik met de naaldverwijderaar.
Stap 5. Bewaar de Caninsulin Vetpen met aangebroken insulinepatroon NIET in de koelkast.