entschema hond
Ziekte 6 weken 9 weken 12 weken 1 jaar ouder dan 2 jaar
Hondenziekte
distemper
X - X X (X)
Hepatitis - - X X (X)
Parvo X X X X (X)
Leptospirose - X X X X
Para-influenza - X - X X
Bordetella - X - X X
Rabies - Vanaf 12 weken, maar 21 dagen voor vertrek naar het buitenland, 3jr geldig in de EU DHP om de 3 jaar
(2jr interval: 1,4,7,10,13,16)
- D+P P+L4+Kc DHP+L4 DHP+L4+Kc (DHP)+L4+Kc
- 1+3 3+6+7/8 3/4/5+6 3/4/5+6+7/8 (3/4/5)+6+7/8


Ontworming Hond op 2, 4, 6, 8 wkn = elke 2 wkn de zogende teef gelijk mee ontwormen
op 16, 24 wkn = elke 2 mnd de zogende teef gelijk mee ontwormen
op 38, 52 wkn = elke 3 mnd de zogende teef gelijk mee ontwormen
op 1jr+ 13, 26, 39, 52 wkn = elke 3 mnd (4x/jr) de zogende teef gelijk mee ontwormen


Nobivac Puppy DP
Nobivac DHP
Nobivac KC neusdruppel
Nobivac Lepto
Nobivac Pi
Nobivac Bb
Nobivac Parvo-C
Nobivac Rabies
Eurican Pneumo


Passieve immuniteit
Bij honden worden de maternale antilichamen aan de pup doorgegeven via:
- placenta (10-15%)
- colostrum (85%)

Immunoglobuline-receptoren verdwijnen na ca. 1 dag zodat opname colostrum op dag 1 belangrijk is. Titer antilichamen stijgt snel (t½ =10 dagen).

Actieve immuniteit
De actieve immunisatie - door ziekteverwekkers uit de omgeving - kan je beginnen te meten op ca. 7-10 dagen leeftijd. Dan heeft de pup al gedeeltelijke bescherming.

Gevoelige/kritische periode: wel gevoelig voor het veldvirus bij afnemende maternale immuniteit, maar waar de pup niet goed te immuniseren is dmv vaccins (= ca. 1 tot 2 weken lang).

Belangrijk is om de groep met lage titers - en dus grotere kans hebben op bv parvo - te immuniseren. Dit kan al op 6 weken leeftijd. Er bestaat tussen pups, zelfs binnen het nest, variatie over de hoogte van de antilichaamtiters.

Wacht je te lang, bijvoorbeeld pas op 12 weken vaccinatie, dan is de overbruggingsperiode voor bepaalde pups te groot waarbij de titers laag zijn en de infectiedruk van het veldvirus hoog is.


Levend geattenueerde vaccins
- hogere virulentie
- hogere titer (dosis) - een hogere titer geeft niet per definitie een hogere immuniteit
- heterotypisch (mazelen vs hondeziekte, adeno 1 vs adeno 2)
- interferon productie die deels bijdraagt aan de bescherming


Meeste vaccins hebben levende stammen
- makkelijk te maken
- goedkoper
- langere immuniteit
- bredere immuniteit (B-cellen-plasmacellen ,T-helpercellen vs. Cytotoxische cellen)
   o levend virus: MHC I - antigeen wordt in de cellen zelf aangemaakt, daarna geknipt door enzymen en worden de kleine peptiden op het MHC 1 geplaats (via ER en Golgi), deze gaan naar het oppervlak van de cellen en worden herkend door de cytotoxische T-cellen.
   o dood virus: MHC II - antigeen wordt in antigeen presenterende cellen opgenomen en op MHC II geladen (B-cellen, macrofagen, monocyten, dendritische cellen) en worden herkend door T-helpercellen (minder efficiënt: geen cytotoxische activiteit)
- eerdere doorbraak maternale immuniteit
- virulent voor vatbare individuen of niet-doel dieren (bv hondenziektevaccin bij fretten, sommige levende vaccins zijn zelfs te virulent)
- levend kan ook intra-nasaal
- minder vaak toe te dienen, 1-malige toediening aangezien er vermeerdering plaatsvindt. Behalve bij de rabiës vaccinatie is 1x doodvirus genoeg.
- bij dracht geen levend virus vaccin gebruiken, maar alleen dood virus vaccins


Parvovirus
Soms pas op 18 weken vaccinatie Parvo voor gevoelige rassen: grotere black/tan rassen (duitse herder, rottweiler, bouvier).
Er bestaan zelf-testen waarmee de antilichaamtiter is te bepalen en besluiten of een vaccinatie op 18 weken nodig is.

Hondenziektevirus (Distemper)

Hepatitis Contagiosa Canis (risico in NL is zeer gering dus vaccinatie iets later) (HCC)
- In vaccin zit een adenovirus type 2. Door kruisimmuniteit geeft het een bescherming tegen het adeno type 1 virus. Hoewel iets minder virulent geeft het minder bijwerkingen (geen melkglasoog bijv.)

Leptospirose (= doodvaccin en moet herhaald worden)
- L. canicola
- L. Icterohemorragico

Kennelhoest
Vanaf 3 weken leeftijd al mogelijk, weinig interferentie, immuniteit ondanks aanwezige maternale antilichamen.
- Bordetella bronchseptica
- Para-influenzavirus

Coronavirus
- niet zeer belangrijk en wordt niet standaard toegevoegd aan product

Rabiesvirus
- niet standaard gevaccineerd. Vaak dieren die naar het buitenland gaan. Pas op 12 weken leeftijd.


Complicaties
Anafylactische shock - overgevoeligheidsreactie type 1
- stimulering mestcellen, herkenning antigeen - vergroten van permeabiliteit van de bloedvaten door histamine release. Dat betekent dat het dier al eerder in contact is geweest met het virus (veldvirus of vaccinatie)
- dikke kop, braken, diarree, spartelen op de grond
- verwacht je na de 2e vaccinatie
- veelal reactie op de hulpstoffen (conserveermiddelen etc.) met meer aanwezige antigenen in vergelijking met de hoeveelheid virusantigeen
- reactie op het geïnactiveerde Leptospirose vaccin met daarin verontreinigde eiwitten


Therapie
- anti-histaminica
- cortico's
- infuus aanleggen bij ernstige gevallen


Preventie
- niet vaccineren
- titerbepaling en dan beslissen of vaccinatie noodzakelijk is
- na noodzakelijke vaccinatie: aantal uur in de eigen praktijk houden ter controle
- andere fabrikant