Abdominale punctie hond Om een indruk krijgen van de aard van de vloeistof die bij de undulatieproef reeds is vastgesteld dient een punctie van het abdomen plaats te vinden. Alvorens de punctie wordt uitgevoerd dient de huid geschoren en gedesinfecteerd te worden. De locatie voor het uitvoeren van de punctie zou logischerwijs liggen op het laagste punt van het abdomen omdat vloeistof de neiging geeft zich in het laagste punt op te hopen. Dit is het punt net achter het sternum. Op die plaats bevinden zich echter meerdere buikorganen zoals lever, milt en maag wat puncteren op die plaats moeilijk maakt. Daarnaast loopt er een nog een ligament van de lever naar de navel van het dier. Het ligamentum hepatoumbilicalis??. In dit ligament bevindt zich veel abdominaal vet en wanneer daar een naald in wordt gestoken wordt er of geen vocht verkregen of worden er vetcellen opgezogen. Voor een punctie van vloeistof in de buik dient dus direct achter de navel van de hond geprikt te worden. Er dient gekozen te worden voor een voldoende dikke naald (ook niet te dik, het blijft een aspiratiebiopt, maar niet de dunste nemen) omdat de aard van de vloeistof nogal verschillend kan zijn. Transsudaat kan vrij dun en vloeibaar zijn maar bijvoorbeeld bloed, exsudaat of chylus kan een veel hogere viscositeit hebben. Daarnaast dient men een korte naald te nemen of de naald niet te ver in de hond te steken omdat dan gemakkelijker beschadiging van organen kan optreden. Verdoving van de punctieplaats is niet nodig. Lastige honden kunnen eventueel gesedeerd worden. Het verkregen vocht kan macroscopisch bekeken worden en verder worden onderzocht op Ht, cytologie, ureumgehalte en billirubine